Taalwetgeving

In een notendop

In België kan het taalgebruik enkel worden geregeld voor een beperkt aantal domeinen, namelijk het openbaar gezag en bestuur, het gerecht, het onderwijs, de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers alsook voor de officiële documenten die bedrijven moeten gebruiken. De taalwetgeving in bestuurszaken legt vast in welke taal (of talen) de overheid moet communiceren met haar burgers, en vaak ook omgekeerd. Wel zijn er verschillende regels naargelang van het statuut van de gemeente, ook binnen het Nederlandse taalgebied. Zo is het mogelijk om in sommige gevallen in de faciliteitengemeenten het gebruik van het Frans te vragen.

De taalwetgeving is van toepassing op alle plaatselijke diensten. Dat zijn overheden met een hoofdzakelijk lokale functie, zoals het gemeentebestuur en het OCMW, maar bijvoorbeeld ook het postkantoor of een treinstation van de NMBS. Ook alle bedrijven en personen die in het algemeen belang en in opdracht van de overheid optreden, moeten in het kader van die openbare dienstverlening de taalwetgeving volgen. Een gemeentelijk parkeerbedrijf of een sociale huisvestingsmaatschappij moet dus de taalwetgeving volgen, net als een vzw die door de gemeente werd opgericht. Een private vzw die door derden werd opgericht, zelfs al ontvangt zij subsidies van de overheid, valt dus in beginsel niet onder de taalwetgeving.

Publicaties

Taalwetwijzer