De taalwetgeving
De 19 gemeenten van de Vlaamse Rand liggen volgens de taalwetgeving in het Nederlandstalige gebied. De officiële taal is er het Nederlands.
De Belgische taalwetgeving kwam in 1962-1963 tot stand na een akkoord tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. Ze deelt België op in vier taalgebieden: het Nederlandse, het Franse en het Duitse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. In het gebied Brussel-Hoofdstad, dat de negentien Brusselse gemeenten omvat, zijn er twee officiële talen, Nederlands en Frans.
Die opdeling in taalgebieden is gebaseerd op het territorialiteitsbeginsel. Volgens dat principe moet in welbepaalde aangelegenheden de streektaal als officiële taal worden gebruikt. In Vlaanderen is die officiële taal het Nederlands. Privé mag iedereen de taal gebruiken die hij of zij verkiest. De taalwetgeving regelt alleen het officiële taalgebruik in welbepaalde situaties: het openbaar gezag en het bestuur, gerechtszaken, het onderwijs, de relaties tussen de werkgevers en hun personeel. |